logo

Contactinformatie

Kokermolen 11, 3994 DG Houten
Postbus 331, 3990 GC Houten

Tel: 030 - 6355250
E-mail: info@szpluimvee.nl

 
 

Besloten ruimten

Een besloten ruimte is een ruimte met een vernauwde toegang, die niet ontworpen is voor het verblijf van personen. Toch wordt er af en toe gewerkt in besloten ruimten, bijvoorbeeld voor inspecties, reparaties en onderhoud. 
In de pluimveeverwerkende sector gaat het vaak om werkzaamheden door de technische dienst in pompputten, plafondruimtes en kruipruimtes. Werkzaamheden in silo’s en tanks vinden doorgaans plaats door medewerkers van externe bedrijven.
 
Risico
Bij het werken in besloten ruimten kan gezondheidsschade optreden door:  
   • Vergiftiging, bedwelming en verstikking: door aanwezige gassen, een te laag zuurstofgehalte of door het vrijkomen van gassen bij lassen en branden;
   • Brand- en explosiegevaar door lassen en branden, gebruik van gereedschap en verlichting die niet explosieveilig zijn; 
   • Beknelling door bewegende delen in de besloten ruimte;
   • Elektrocutie in geleidende ruimte; 
   • Vallen, uitglijden en letsel door vallende voorwerpen. 
 
Eisen 
Om veilig te kunnen werken in besloten ruimten dient aan de volgende eisen te zijn voldaan:
Algemene eisen
   • Overweeg vóór de werkzaamheden in een besloten of het werkelijk nodig is daar te werken. Door bijvoorbeeld voor een andere technologische oplossing te kiezen kan misschien het werken in de besloten ruimte beperkt of zelfs voorkomen worden. Of misschien kunnen werkzaamheden voor een gedeelte buiten de besloten ruimte worden uitgevoerd. 
   • Leg de specifieke gevaren vast per besloten ruimte waar gewerkt wordt door middel van een risicobeoordeling, zoals een Taak-Risico-Analyse. Leg ook steeds vast welke maatregelen nodig zijn voor een veilige werkwijze. Bijvoorbeeld waar alleen op basis van een werkvergunning gewerkt mag worden, welke procedures gelden en welke PBM vereist zijn: veiligheidsschoenen, veiligheidshelm, veiligheidsbril, beschermende kleding, handschoenen (afhankelijk van aard risico’s).
   • Werkzaamheden in besloten ruimten waar vergiftiging, bedwelming en verstikking kan voorkomen, of elektrocutie in geleidende ruimte, of waar brand- en explosiegevaar is, komen in de sector zelden voor. Als een van deze risico’s toch mogelijk is in een besloten ruimte is het zaak om hier een zorgvuldige risicobeoordeling van te maken en te werken met een werkvergunning.
   • Zorg bij werkzaamheden in een besloten ruimte waarbij een werkvergunning is vereist dat een formulier wordt ingevuld/afgevinkt met de volgende onderdelen:
   • welke metingen met welke apparatuur worden uitgevoerd, hoe, door wie en op welk tijdstip;
   • welke valbeveiliging wordt toegepast;
   • welke maatregelen worden getroffen tegen verstikking, bedwelming, vergiftiging, elektrocutie, explosie en brand; 
   • welke persoonlijke beschermingsmiddelen worden gedragen;
   • dat er manwacht aanwezig is en met welke voorzieningen;
   • hoe bedolven worden en beknelling worden tegengaan;
   • welke overige voorzieningen en maatregelen nodig zijn.
Een werkvergunning wordt voor één type werkzaamheid/besloten ruimte afgegeven door een deskundige en daartoe door het bedrijf bevoegde leidinggevende. Een vergunning voor meerdere gelijksoortige ruimten is ook mogelijk. De duur van een werkvergunning wordt in de werkvergunning zelf vastgelegd.
De betrokken werknemers, en de persoon die opdracht geeft tot de uitvoering, ondertekenen de ingevulde werkvergunning en beschikken ieder over een ondertekend exemplaar. 
Na de werkzaamheden wordt werkvergunning verder ingevuld. Zo kan bijvoorbeeld na afmelding van alle personen de ruimte worden vrijgegeven. De werkvergunning wordt gearchiveerd.
Het is van belang om een werkvergunning niet alleen toe te passen bij werkzaamheden in besloten ruimten door eigen personeel maar ook door derden.
   • Zorg dat bij werkzaamheden in een besloten ruimte altijd een goed geïnstrueerde mangatwacht aanwezig is, bij aanvang en gedurende de werkzaamheden. Klik hier voor een voorbeeldinstructie mangatwacht.
   • Zorg voor de voldoende, adequate communicatiemiddelen (zoals mobiele telefoon, portofoon). Deze communicatiemiddelen worden voor elk gebruik getest.
   • Als kunstlicht in de besloten ruimte moet worden toegepast mogen alleen looplampen worden gebruikt als er in de kruipruimte veilige spanning wordt toegepast. Ook is het vereist om een zaklamp mee te nemen zodat er bij een stroomstoring nog verlichting aanwezig is.
   • Maak voor verlichting en voor werkzaamheden met elektrische apparatuur gebruik van wisselspanning van maximaal 50 volt of gelijkspanning van maximaal 120 volt. Plaats omvormers en veiligheidstrafo’s niet in de besloten ruimte. Bij tussentijdse stop(s) werkzaamheden alle apparatuur uitzetten en/of veiligstellen.
   • Water dat aanwezig is, bv in de kruipruimte, kan worden weggepompt bv met een dompelpomp. Aandachtspunt is dat water in combinatie met elektriciteit een verhoogd risico geeft. Zorg dat beschermende kleding wordt gedragen bij mogelijk verontreinigd water.
   • Instrueer en train de betrokken medewerkers vooraf, zodat zij goed bekend zijn met de risico’s en maatregelen voor werken in besloten ruimten, ook bij noodsituaties. Speciale aandacht is nodig voor de vereiste PBM’s. 
   • Leg een procedure vast voor noodsituaties (gebruik brandblusser, alarmeren hulpdiensten, beschikbaar stellen van hulpmiddelen e.d.).  Oefenen deze onderdelen van het noodplan regelmatig.  Zorg zo nodig voor vereiste blusmiddelen, veiligheidsdouche en/of branddeken in de directe omgeving.
   • Markeer elke besloten ruimte met een sticker met deze pictogrammen
   • Plaats bij werkzaamheden in een besloten ruimte een waarschuwingsbord.  Zet de toegang tot een besloten ruimte met val- of struikelgevaar, zoals een kruipluik, ook af met een doelmatige afzetting. 
 
Eisen ter voorkoming van beknelling en blootstelling aan stoom en/of vloeistoffen
   • Zorg waar nodig voor een goede lockout-tagout procedure, voor de in de besloten ruimte aanwezige installaties en voor de toevoer van energievormen zoals vloeistof, stoom e.d.
Daarmee wordt voorkomen dat tijdens werkzaamheden in een besloten ruimte een ander de installatie of toevoer inschakelt.
   • Zorg ervoor dat gevaarlijke, uitstekende delen worden verwijderd of afgeschermd. Ga na of obstakels te verplaatsen zijn of kunnen worden omzeild.
 
Eisen m.b.t. duur van werkzaamheden en afmetingen van kruipruimten
   • Voor kruipruimten die lager zijn dan 60 cm geldt dat de medewerkers aaneengesloten maximaal 1 uur mogen werken. Voor kruipruimten die hoger zijn geldt een maximale werkduur van 1,5 uur. Daarna is een verblijf van minimaal 15 minuten buiten de kruipruimte verplicht. Er kan ook wisselend met een collega gewerkt worden.
   • Voor nieuwe kruipruimten gelden de volgende afmetingen: 
       - De minimale maat van een kruipluik is 62x100 cm
       - De minimale hoogte van een kruipruimte is 80 cm
       - De maximale afstand tot een kruipluik is 18 meter
   • Voor bestaande kruipruimten gelden bovenstaande afmetingen als aanbeveling, zij het dat daar de maximale afstand tot een kruipluik 7,5 meter bedraagt bij een hoogte kleiner dan 80 cm.
 
Eisen m.b.t. beperking van valgevaar
Met name als gewerkt moet worden in silo’s of waterreservoirs kan er valgevaar optreden.
Waar mogelijk wordt valgevaar voorkomen door het van bovenaf betreden van hoge besloten ruimten zo sterk mogelijk terug te dringen
Als dat niet vermeden kan worden is bij een valgevaar van 2,5 meter of meer adequate valbeveiliging verplicht. Maar ook bij een valgevaar van minder dan 2,5 meter kan valbeveiliging vereist zijn, gezien de risicoverhogende omstandigheden in een besloten ruimte, zoals uitstekende delen in de besloten ruimte.
   • Bij een valgevaar van meer dan 2,5 meter is een gedegen valbeveiliging noodzakelijk; liefst een afdaalinstallatie/silolier gecombineerd met het dragen van een harnasgordel. Daarbij kan ook gebruik worden gemaakt van een stoeltje.
Eventueel is een tweede mogelijkheid een vaste metalen ladder, waarbij de medewerker gezekerd is 
   • Zorg dat de afdaalinstallatie/silolier jaarlijks gekeurd wordt en dat de betrokken werknemers deskundig zijn in het gebruik en in het 
inspecteren ervan. Een eenvoudig te verplaatsen afdaalinstallatie verdient de voorkeur.
   • Laat u goed adviseren over het juiste type harnasgordel dat past bij de werkzaamheden en zorg dat de betrokken werknemers goed geïnstrueerd zijn over het op de juiste manier aantrekken en aanslaan van de gordel
   • Zorg dat afdaalinstallatie, redlijnen en andere hulpmiddelen minimaal eens per jaar worden gekeurd. En vaker indien noodzakelijk. Leg de frequentie van de keuring vast, maak de datum van de eerstvolgende keuring zichtbaar en zorg voor een goede registratie van de keuringsbewijzen.
Verder is het zaak om valgevaar van anderen en beperken en het vallen van voorwerpen in de besloten ruimte te voorkomen.
 
Wensen
     
Zie ook