logo

Contactinformatie

Kokermolen 11, 3994 DG Houten
Postbus 331, 3990 GC Houten

Tel: 030 - 6355250
E-mail: info@szpluimvee.nl

 
 

Werken op hoogte

Werken op hoogte betekent dat iemand zich op een valhoogte van meer dan 2,5 meter bevindt. Bij werkzaamheden op een plat dak gelden werkzaamheden binnen 4 meter van de dakrand of een lichtkoepel als ’werken op hoogte’. 
Ook bij werkzaamheden met een valhoogte van minder dan 2,5 meter kunnen er veiligheidsmaatregelen vereist zijn. Namelijk bij risicoverhogende omstandigheden zoals bij het werken op arbeidsplaatsen die (kunnen) bewegen of bij het werken boven uitstekende delen of een machine.
In de pluimveeverwerkende industrie komt werken op hoogte vooral voor bij onderhoud, reparatie en schoonmaak en bij het werken op bewegende bordessen.
 
Risico
Vallen kan leiden tot ernstig letsel. Ook ondeskundig gebruik van klimmateriaal als hoogwerkers, rolsteigers en ladders kan tot ernstige ongevallen leiden, bijvoorbeeld door kantelen, onderuit schuiven, knellen en vallen.
 
Eisen
Eisen Links maken naar de volgende 4 onderdelen:
 
• In productieafdelingen wordt tijdens de productiewerkzaamheden geen werkzaamheden op hoogte uitgevoerd.
• Werken op hoogte moet zoveel mogelijk worden beperkt, bijvoorbeeld door, waar nodig, hooggelegen plekken met een vaste trap met bordes toegankelijk te maken voor onderhoud-, reparatie of schoonmaakwerkzaamheden.
• Scherm vloer- en wandopeningen af.
• Als werkzaamheden op hoogte noodzakelijk zijn moeten deze zorgvuldig worden gepland. Voor aanvang van de werkzaamheden moet een plan worden gemaakt waarbij de risico's worden beschreven en vervolgens wordt aangegeven hoe de risico's worden beheerst. Daarnaast wordt vastgesteld welke noodprocedure van toepassing is en wordt nagegaan of alle betrokken partijen hierin getraind zijn.
  Let bij het beschrijven van de risico's op:
- het type werk, de duur van het werk, de plaats waar de werkzaamheden worden uitgevoerd, de werkomgeving (weer, licht etc.), de conditie en het type werkoppervlak en de fysieke conditie en ervaring van de werknemers die de werkzaamheden uit moeten voeren.
• Het plan met de daarin beoordeelde en beschreven risico's moet besproken worden met alle medewerkers die bij de werkzaamheden betrokken zijn. De medewerkers die de werkzaamheden moeten uitvoeren zijn voldoende bevoegd/opgeleid. 
• Let er bij de planning op dat algemene maatregelen tegen vallen (bijvoorbeeld reling of vangnet) de voorkeur krijgen boven individuele beschermingsmaatregelen (zoals een valharnas). 
• Bij de werkzaamheden moet gebruik gemaakt worden van geschikt klimmateriaal, zoals een hoogwerker, rolsteiger of voor korte werkzaamheden een ladder. Mobiel klimmateriaal mag alleen worden gebruikt als dit is gekeurd. Deze keuring dient jaarlijks te worden uitgevoerd. Kies voor elk type werkzaamheid het juiste klimmateriaal.
• Ladders, rolsteigers en hoogwerkers mogen niet buiten worden gebruikt als de windkracht sterker is dan 6 Beaufort.
• Als derden werkzaamheden op hoogte verrichten moeten het hierboven genoemde veiligheidsplan met hen worden besproken. Zie er op toe dat ook derden deze instructie voor werken op hoogte hebben ontvangen, gelezen en begrepen. Leg dit vast bv in een werkvergunning.
• Het dragen van een helm is verplicht daar waar mogelijk hoofdletsel kan ontstaan.
 
De bij de hoogwerker horende gebruiksaanwijzing is bepalend in alle gevallen. Onderstaande aanwijzingen zijn ondergeschikt aan de gebruiksaanwijzing van de hoogwerker maar kunnen wel aanvullend zijn:
• Hoogwerkers mogen slechts worden opgesteld op een voldoende stevige ondergrond, en moeten tijdens het rijden met geheven last voldoende zijn gezekerd tegen kantelen.
• De hoogwerker moet zijn voorzien van een opschrift met ondermeer de maximaal toelaatbare werklast. Het moet duidelijk zijn dat de hoogwerker tijdig gekeurd is.
• Bij het verplaatsen moet er een persoon “voorlopen”. Eenzijdig verrijdbare hoogwerkers moeten altijd een rijbaan ter beschikking hebben, waardoor bij het rijden geen extra krachten op de constructie optreden.
• Hoogwerkers moeten voorzien zijn van voldoende ondersteuning bijvoorbeeld stempels met een goede borging.
• Hoogwerkers met stempels moeten voorzien zijn van een werkbak die alleen vertrekt uit transportpositie als de stempels zijn uitgezet. De stempels mogen pas worden ingetrokken als de werkbak in transportpositie is geplaatst. Uitgezonderd zijn hoogwerkers waarbij rijden en stempelen handmatig gebeuren en de vloerhoogte maximaal 5 meter bedraagt.
• Wanneer de bediening van de hoogwerker mogelijk is vanaf meer dan één plaats, moeten de bedieningsinrichtingen zodanig worden beveiligd, dat zonder medewerking van de bestuurder geen bediening mogelijk is vanaf een andere plaats dan die waar de bestuurder zich bevindt. Op de bedieningsplaats dient te allen tijde een noodstopvoorziening aanwezig te zijn.
• Alle werkplekken op een hoogwerker moeten goed toegankelijk zijn en beschut door een leuning van 1 meter hoog, een tussenregel en een voetlijst. De afstand tussen de leuningen onderling en de voetlijst mag maximaal 47 cm bedragen. Deze beveiliging mag eventueel wegneembaar zijn.
• Bij kans op aanrijdingen moeten er afzettingen worden geplaatst (bv hekken of kegels).  Zo nodig moet de gehele rijbaan worden afgezet.
• Het op andere plaatsen in- en uitstappen dan de onderste positie is verboden. 
• Een hoogwerker moet in goede staat van onderhoud verkeren en moet daarom periodiek worden onderhouden en minstens eenmaal per jaar aan een deskundig onderzoek worden onderworpen. Van het verslag van dit onderzoek, evenals van onderhoudswerkzaamheden, moet een administratie worden bijgehouden. ‘Bij voorkeur in een hoogwerkersboek.’
• Personen die met een hoogwerker werken moeten een adequate instructie /training hebben gehad en hiervan bewijsstukken kunnen overleggen. Voorkom dat onbevoegdheden de hoogwerker kunnen bedienen
• Lees de gebruikshandleiding van de hoogwerker goed door. Daarin staat aangegeven of een valbeveiliging verplicht en zo ja wat voor soort valbeveiliging geschikt is en waar deze aan gekoppeld moet worden. Werk alleen met een valbeveiliging met een CE-marklering en als er ook mee geoefend is.
• Een hoogwerker wordt nooit door een medewerker alleen gebruikt.  Er zijn altijd minstens twee personen bij betrokken.
• De gebruiker dient de hoogwerker dagelijks te inspecteren daarbij moet worden gelet op:
- motor / hydrauliek olieniveau;
- accuwaterniveau en bandenspanning;
- algemene conditie;
- noodvoorzieningen.
 
Opbouwen van rolsteigers
• Opbouwen van de rolsteiger vindt alleen plaats door geïnstrueerde en/ of ervaren gebruikers.
• De rolsteiger moet altijd worden opgebouwd volgens de richtlijnen zoals vastgesteld in de gebruikshandleiding van de leverancier. Deze gebruikershandleiding moet op de werkplek aanwezig zijn.
• De rolsteiger moet voorzien zijn van een geldige keuringsticker.
• Sinds 1 januari 2018 gelden nieuwe regels voor de opbouw van een rolsteiger. Deze nieuwe regelgeving geldt ook voor rolsteigers die voor deze datum zijn aangeschaft. Uitgangspunt van de veiligere opbouwmethode is dat de randbeveiliging, bestaand uit minimaal een heupleuning, wordt aangebracht voordat het platform wordt betreden. Vanzelfsprekend moeten werkvloeren altijd van boven- en tussenleuningen en kantplank zijn voorzien.
Volgens de nieuwe regelgeving mag een werkplatform pas worden geplaatst nadat er rondom een leuning op heuphoogte is aangebracht voor dat platform. Dit is niet uit te voeren met de traditionele systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van horizontaal en diagonaalschoren omdat deze eenvoudigweg te hoog moeten worden geplaatst. Voor het aanpassen van een traditionele rolsteiger met diagonaal en horizontaal schoren kan men 1 of meerdere voorloopleuningen aanschaffen. De horizontaal en diagonaal schoren van een bestaande steiger kunnen ook helemaal vervangen worden door voorloopleuningen. Men kan dan de voorloopleuningen plaatsen, het platform aanbrengen, omhoog klimmen en de volgende laag leuningen met platform plaatsen.
Door deze maatregel is de gebruiker ook tijdens het opbouwen beschermd tegen vallen. Gebruik van voorloopleuningen is alleen verplicht tijdens de op- en afbouw. Schoren mogen uiteraard nog steeds gebruikt worden. Zie voor meer informatie het A-blad: Rolsteigers.
• De laatstverschenen versie van het A-blad: Rolsteigers wordt gevolgd. 
Enkele belangrijke bepalingen daaruit:
- De steiger moet stabiel en horizontaal worden opgesteld.
- Alle wielen van de rolsteiger moeten altijd bij gebruik geremd staan en zijn beveiligd tegen wegdraaien.
- Een werkvloer moet rondom zijn voorzien van een heup- en knieleuning en een kantplank. De minimale vrije hoogte tussen vloeren bedraagt altijd 2 meter.
- Goed tegen de gevel staande rolsteigers zijn afhankelijk van het type en indien voorzien van twee stabilisatoren, geschikt voor stahoogtes tot 8 meter buiten en 12 meter binnen.
- Vrijstaande rolsteigers hebben dezelfde maximale stahoogtes, maar dan zijn afhankelijk van het type vier stabilisatoren vereist.
- Op de werkvloeren mogen geen hulpsteigers of ladders worden geplaatst.
- Bij het hijsen van materialen mag de stabiliteit van de steiger niet verloren gaan, men mag geen hijsconstructies aan de rolsteiger bevestigen.
 
Gebruik van rolsteigers
• Bij gebruik van elektrische apparatuur moet aarding conform het voorschrift van de fabrikant worden aangebracht.
• Bij afwezigheid van gebruikers moeten passende maatregelen worden genomen om het inklimmen door onbevoegden te voorkomen. Zoals de afspraak dat rolsteigers niet onbeheerd worden achtergelaten of een bord met “verboden voor onbevoegden” en afzetting met een bouwhek van minimaal 2 meter hoog; 
• Rolsteigers moeten periodiek, maar tenminste eenmaal per jaar, door een interne of externe deskundige worden geïnspecteerd op slijtage, vervorming, scheurvorming en correct functioneren van de verbindingen. Bij intensief gebruik en/of overmatige slijtage moet dit vaker gebeuren. De inspecteur zal een inspectie- of keuringsrapport opstellen. 
• Vervang of repareer beschadigde onderdelen direct. 
 
Verrijden van rolsteigers
• Verplaats/verrol een steiger zoals door de fabrikant is voorgeschreven in de handleiding. Als
de handleiding niets vermeldt, verplaats dan geen steigers hoger dan 4,2 meter. Let bij het verplaatsen ook op de benodigde vrije hoogte en de wind. 
• De stabilisatoren moeten tijdens het verrollen blijven zitten, tenzij de maximale hoogte kleiner is dan 2x de breedte van de steiger;
• Tijdens het verrijden mogen zich geen personen op de steiger bevinden;
• Verrijden dient te gebeuren met minimaal 2 personen;
• Verplaats een rolsteiger uitsluitend over een vlakke en stabiele ondergrond. Bij een zachte ondergrond moeten rijplaten of U-profielen worden gebruikt.
 
• Ladder controleren voor gebruik:  
Vóór gebruik moet gecontroleerd worden of de ladder voldoet aan de volgende punten: 
- De ladder is voldoende lang voor de werkzaamheid : hij moet minimaal 1 meter uitsteken boven het te bereiken niveau;
- Sporten en bomen mogen niet gescheurd, gebroken of verbogen zijn;
- Houten ladders mogen niet geschilderd zijn, alleen blank gelakt;
- Sporten mogen niet op gespijkerd zijn, maar ruim 1,5 cm in de bomen ingelaten; 
- Ladders mogen niet worden verlengd of gerepareerd door het opspijkeren van plankjes e.d.
- Alle ladders moeten voorzien zijn van een keuringssticker, die niet is verlopen.
Een beschadigde ladder of een ladder die niet de laatste vijf bovenstaande punten voldoet, dient onmiddellijk buiten gebruik te worden gesteld en gemeld worden bij een daarvoor aangewezen persoon.
 
Sinds januari 2018 gelden nieuwe criteria voor structurele stabiliteit en belastingcapaciteit van ladders: alle ladders die 3 meter of langer zijn, moeten worden uitgerust met een basisstabilisator om de stabiliteit te waarborgen. Ook gelden strengere testvereisten voor ladders. 
Het gebruik van ladders die niet voldoen aan de strengere eisen is vooralsnog niet verboden. 
 
• Ladder goed opstellen
Bij het opstellen van een ladder moete de volgende punten in acht worden genomen
- De ladder moet met de vloer en hoek van 65 tot 75 graden vormen (1:3 tot 1:4).
- De ladder moet worden geborgd tegen wegschuiven / omvallen en /of wegschuiven/ onderuit glijden. Het borgen kan gebeuren door de ladder aan de bovenzijde vast te binden of aan de onderzijde klampen te slaan.
- Zolang ladders niet geborgd zijn moet een tweede man de ladder vasthouden.
- Plaats de ladder op een vlakke stabiele ondergrond, vrij van obstakels.
- Plaats geen ladder voor een deur of doorgang.
- Houd de toegangen tot ladders vrij.
- Plaats ladders zodanig dat ze niet door bijvoorbeeld (werk)verkeer kunnen worden omgereden.
 
• Veilig gebruik van ladders:
- Gebruik de ladder alleen voor kortdurende werkzaamheden, opgeteld tot 2 uren. Bij langer durende werkzaamheden is een rolsteiger of hoogwerker nodig. Alleen als die arbeidsmiddelen redelijkerwijs niet mogelijk zijn, is na overleg met het management een uitbreiding tot opgeteld 4 uren mogelijk.
- De voethoogte is hoogstens 5 meter. Bij grotere hoogten is de inzet van een ander arbeidsmiddel nodig. Alleen als dat redelijkerwijs niet mogelijk is, kan na overleg met het management een maximale voethoogte van 7,5 meter mogelijk.
- Reik niet te ver buiten de ladder (maximaal één armlengte) en vermijd zware duw- of trekactiviteiten op een ladder.
- Lange ladders moeten tegen overmatig doorbuigen worden geschoord.
- Ladders mogen niet worden gebruikt als onderslagen voor kruip of loopgangen, dus niet horizontaal gebruiken.
- Ladders beklimmen/ afdalen met het gezicht naar de ladder toe.
- Minimaal met één hand de ladder vasthouden.
- Beklim de ladder of trap nooit hoger dan de vierde tree van boven.
- Ten hoogste 1 persoon tegelijk op één ladder.
- Houd schoenen vrij van klei, modder, natte verf, vet, olie en andere ongerechtigheden om uitglijden op de sporten te voorkomen.
- Voorkom zoveel mogelijk het werken op ladders in de buurt van elektrische leidingen (als toch noodzakelijk, gebruik dan geen metalen maar houten ladders).
- Laat staande ladders niet onbeheerd achter.
 
Voor werkzaamheden op een bewegend bordes, zie ook de richtlijn Bordessen.
 
Wensen
 
Zie ook
Werkvergunningen
Leidraad veilig werken op hoogte, VNO, een leidraad over het kiezen van het juiste arbeidsmiddel bij het werken op hoogte.