logo

Contactinformatie

Kokermolen 11, 3994 DG Houten
Postbus 331, 3990 GC Houten

Tel: 030 - 6355250
E-mail: info@szpluimvee.nl

 
 

Gebruikershandleiding

Tips voor het maken van de RI&E in de pluimveeverwerkende industrie

Het branche instrument voor de RI&E is gemaakt voor alle bedrijven in de branche. Zij kunnen daarmee hun wettelijk verplichte RI&E invullen. Omdat het voor alle bedrijven moet passen, is het een uitgebreid instrument. Bekijk daarom vooraf goed hoe u het slim kunt gebruiken.

In de tabel in de bijlage kunt u zien wat er allemaal in het systeem zit. Bedenk of u de RI&E meteen voor alle onderdelen van het bedrijf wilt maken of misschien op wilt splitsen. U kunt in het systeem zoveel RI&E’s maken als u zelf wilt. U kunt bijvoorbeeld voor iedere vestiging een aparte RI&E maken. Ook kunt u bijvoorbeeld voor uw bedrijf eerst een RI&E maken over het ‘Arbobeleid en kantoor’ en daarna een tweede RI&E voor de ‘productie en TD’ of ‘vestigingen’. 

De RI&E is opgebouwd uit 22 ‘modules’ (zie bijlage). Dat zijn 22 vragenlijsten over een bepaald onderdeel van uw bedrijf of een onderdeel van het Arbobeleid. Iedere module begint met een zogenaamde filtervraag. Hiermee kunt u kiezen om de module wel of niet te doen in de RI&E die u aan het invullen bent.

Voorbereidingstips:
1.    Het is aan te bevelen eerst een proef-RI&E te maken om het systeem te leren kennen.
2.    Als u een RI&E gaat maken moet u deze een naam geven. Zorg dat u aan de naam straks kunt herkennen waar die RI&E over gaat. Bijvoorbeeld ‘beleid&kantooraug2015’.  Als u de naam slim invult kunt u straks, als u meerdere RI&E’s heeft,  gemakkelijk zien waar iedere RI&E over gaat.  
3.    Bedenk wie bij de RI&E betrokken wordt: laat degene die in de praktijk met de zaken van doen hebben meewerken aan het opstellen van de RI&E. Bijvoorbeeld:
      •    Module 1 t/m 4 gaan over beleid, P&O-aangelegenheden en BHV. Daar                zijn meestal bij betrokken: de Arbo- of KAM-coördinator, degene die P&O              doet en het hoofd P&O. 
     •    Module 5 t/m 8 gaan over technische zaken en werk van de TD: betrek                 daar hoofd TD en TD-medewerkers bij.   

Hoe dit werkt leest u in de Snelstart-instructie

4.    Het is sowieso sterk aan te bevelen om de medewerkers mee te laten denken. Hoe u dat doet kunt u lezen in het document ‘Betrekken van medewerkers bij de RI&E’ . Dat kan door samen de RI&E in te vullen.  In het document vindt u ook een andere mogelijkheid. Er wordt een aparte vragenlijst voor medewerkers aangeboden. Laat die door (enkele) medewerkers invullen of bespreek deze met een groep medewerkers.Het is verplicht om vooraf de aanpak van de RI&E met de ondernemingsraad/personeels-vertegenwoordiging te bespreken. Zij heeft instemmingsrecht op de aanpak.
5.    Ook is het verplicht een deskundige te betrekken voor de toetsing van het RI&E-rapport. (een gecertificeerde veiligheidskundige, arbeidshygiënist, Arbeid- en Organisatiedeskundige of bedrijfsarts).  Dat kan door de Arbodienst of ander adviesbureau of ZZP-er gedaan worden.  Voor bedrijven met maximaal 25 medewerkers geldt een uitzondering: deze hoeven wettelijk gezien de RI&E niet door een externe deskundige te laten toetsen als ze gebruik maken van deze branche-RI&E. NB: voor sommige onderdelen is hulp van een deskundige zeker aan te bevelen en soms ook echt nodig.

Tips voor de uitvoering:
1.    Bij iedere vraag is een toelichting gegeven. U kunt een vraag alleen juist invullen als u eerst de toelichting gelezen hebt.
2.    Als uw bedrijf niet voldoet aan alle punten die genoemd worden in de toelichting bij een RI&E-vraag, dan heeft u een risico geconstateerd. Vul dan bij die vraag het antwoord ‘Nee’ in. 
3.    Bij iedere vraag is een blokje waar u een eigen toelichting kunt geven op uw antwoord. Vul dit bij elk geconstateerd knelpunt  in! U geeft hier bijvoorbeeld aan  welke veiligheidsvoorziening ontbreekt in welke werksituatie.  Als u een risico constateert dan moet u ook aangeven welke maatregel u gaat treffen. In het systeem zijn voorbeelden gegeven voor maatregelen, maar u kunt ook een eigen maatregel intypen. U kunt per risico/knelpunt meerdere maatregelen aangeven.
4.    Bij iedere vraag waar u een knelpunt aangeeft, geeft het systeem ook een score voor de ernst van dat risico. Score 1, 2 of 3, waarbij 1 ernstig is en score 3 een beperkt risico. U kunt deze risico-score zelf aanpassen als u deze te zwaar of te licht vindt. Als u wijzigt, geef dan aan waarom, schrijf dit in het blokje ‘Opmerkingen’.
5.    Het systeem slaat alle antwoorden automatisch op. Bijvoorbeeld als u naar een volgende vraag gaat (op de knop ‘verder’ drukt). U kunt dus ook altijd het invullen onderbreken en later weer verder gaan. 
6.    Tot slot: voor het gebruiken van het instrument is op de website en ook in het RI&E instrument zelf een Handleiding AMS Pluimvee-verwerkende Industrie beschikbaar. Hierin wordt uitleg gegeven over hoe u het systeem gebruikt.